...........................
zijn eigendomsbewijzen dat men mede eigenaar is van een vennootschap. Men ontvangt als beloning geen rente maar dividend (winstuitkering). Het is risicodragend, d.w.z. dat ingeval van een faillissement de aandeelhouders helemaal aan het eind van de afwikkeling (liquidatie) nog recht hebben op het restant vermogen, hetgeen in veel gevallen nihil is.
krachtens deze wet en de Wet Toezicht Kredietwezen heeft DNB o.a. de volgende taken: de waarde van de gulden zoveel mogelijk te stabiliseren, het verzorgen van de chartale geldhoeveelheid (bankbiljetten) en het bevorderen van het girale geldverkeer ( zowel nationaal als internationaal), het toezicht uitoefenen op alle in Nederland gevestigde banken, het optreden als bankier van de staat en van de particuliere banken.
controle door DNB uitgeoefend of de particuliere banken zich wel hebben gehouden aan de liquiditeits- en solvabiliteitsvoorschriften. Deze bedrijfseconomische controle heeft niet tot doel om ongewenste geldschepping tegen te gaan, maar om faillissementen bij banken te voorkomen. Immers het failliet gaan van banken zou het vertrouwen in het geldstelsel kunnen ondermijnen.
zie institutionele beleggers .
zijn orders waarbij de cliënt geen limiet heeft genoemd waarbij niet gekocht of verkocht mag worden. Zie ook de gelimiteerde order.
geeft het gemiddeld koersniveau weer van de belangrijkste aandelen. Naast het algemene beursindexcijfer zijn er afzonderlijke indexcijfers voor grote groepen aandelen, bijvoorbeeld voor banken, handel en industrie. Zeer bekende indexcijfers zijn de Dow Jones (Wall Street) en de Nikkei index (Tokio).
is de prijs (koers) waartegen effecten op de effectenbeurs worden verhandeld.
bestaat uit de som van alle primaire en secundaire liquiditeiten van Nederlanders. (uitgezonderd de liquiditeiten in handen van geldscheppende instellingen). Men spreekt ook wel van nationale liquiditeitenmassa.
is de "bank van de banken". Deze moet waarde van de nationale valuta
zoveel mogelijk stabiliseren, verzorgen van de geldomloop en toezicht houden
op de particuliere banken. Voor ons land is De Nederlandsche Bank (DNB) de
centrale bank (thans als "filiaal" van de Europese Centrale Bank
(ECB)). Een andere gebruikelijke naam is circulatiebank, omdat deze bank de
enige bank is die de bevoegdheid heeft om bankbiljetten in omloop te brengen.
Externe link: De
Nederlandsche Bank
Externe link: De
Europese Centrale Bank (ECB)
Externe link: De centrale bank van de VS,
The Federal
Reserve Board
Externe link: biografie
Alan Greenspan; chairman of The Federal Reserve Board)
is het maximale bedrag dat de particuliere banken van DNB mogen lenen tegen het officiële disconto gedurende een bepaalde periode.
is de rente die DNB in rekening brengt bij de
particuliere banken, wanneer deze lenen bij DNB. Tegenwoordig spreekt men
vrijwel uitsluitend over voorschotrente. Banken kunnen zogenaamde vaste voorschotten
opnemen voor een periode van minimaal één maand en maximaal
drie maanden. Ingeval van zeer tijdelijke liquiditeitsbehoefte kan een bank
ook een marginaal voorschot opnemen.
Externe linken: Zie voor meer moderne
rentebegrippen: depositorente,
Lombard-rente,
refi-rente
en reserveverplichtingen.
beleid waarbij de centrale bank de korte termijn rente van particuliere banken
beïnvloedt door haar disconto te verhogen of te verlagen. Vroeger werd
dit instrument gebruikt om de kredietverlening te beinvloeden, maar tegenwoordig
wordt het disconto hoofdzakelijk gebruikt om de wisselkoers op het juiste
peil te houden. DNB volgde in het kader van de invoering van de Euro de laatste
jaren vrijwel altijd de officiële rente van de Duitse centrale bank.
Sinds 1 januari 1999 berust de wisselkoerspolitiek bij de ECB.
Men spreekt thans niet meer over discontopolitiek, maar over het rentebesluit
van de ECB.
is een indexcijfer (koersgemiddelde) van een pakket van 30 belangrijkste aandelen die op Wall Street (New York) verhandeld worden.
zijn alle waardepapieren zoals aandelen en obligaties die op de kapitaalmarkt worden verhandeld.
is een (concrete) markt waar vraag en aanbod van effecten elkaar ontmoeten.
is om drie redenen niet zo groot: 1e. Het consumptief krediet en investeringskrediet is behalve de rentestand ook sterk afhankelijk van toekomstverwachtingen (inkomensontwikkeling en winstverwachtingen); 2e. Stijging van het disconto kan de liquiditeitenmassa doen toenemen, omdat de hogere rente het internationale zwefkapitaal aantrekt; 3e. Discontopolitiek is een niet-verplichtend instrument. De banken zijn bijvoorbeeld niet verplicht een discontoverhoging te volgen, en zullen ingeval van een voldoende liquiditeit een eigen beleid blijven voeren, en de verhoging slechts gedeeltelijk te volgen. Met openmarktpolitiek kan de liquiditeit van het bankwezen verminderd worden en de effectiviteit van de discontopolitiek verhoogd worden.
is in 1998 opgericht met het oog op het invoeren van de euro. Vanaf 1 januari 1999 vormen de nationale centrale banken en de ECB het Europese Stelsel van Centrale Banken (ESCB). De nationale centrale banken zijn nu in feite filialen van de ECB en voert haar monataire beleid onafhankelijk van de nationale overheden. Dit beleid zal gericht zijn op een stabiele interne en externe waarde van de euro. De ECB ziet ook toe op het nakomen van het stabiliteitspact.
is de waarde (koopkracht) van de gulden ten opzichte van het buitenland. In feite is dit de wisselkoers, waarbij men rekening houdt met de inflatie in het buitenland. Het beleid van DNB was vooral gericht om de externe waarde van de gulden ten opzichte van de D-mark stabiel te houden, omdat Duitsland onze belangrijkste handelspartner is. Sinds het invoeren van de euro (1 januari 1999) is dit nu (het handhaven van een stabiele euro) een taak van de Europese Centrale Bank (ECB).
is een totale balans van alle werkmaatschappijen ("dochters" en "moeders") van een concern. Alle activa en passiva zijn opgeteld tot één balans.
geheel van vraag en aanbod van kortlopend krediet (korter dan één jaar). Sommige economen nemen als onderscheid tussen de geldmarkt en de kapitaalmarkt een periode van twee jaar. Een scherpe scheiding tussen geld- en kapitaalmarkt is er niet.
is de liquiditeitspositie van de primaire banken.
is een extra tegoed dat DNB de banken kan voorschrijven bij DNB aan te houden. Hierdoor wordt de geldmarkt (in enge zin) krapper, en als gevolg daaarvan kunnen de banken minder geldscheppen.
is een order waarbij de cliënt een prijs heeft afgesproken waarboven niet mag worden gekocht of waaronder niet mag worden verkocht. Orders waarbij geen limiet is afgesproken worden bestens orders genoemd.
is het beleid van DNB om de totale liquiditeitenmassa te beinvloeden, met de bedoeling om prijsinflatie tegen te gaan.De liquiditeitsquote is voor Nederland ruim 40% van het nationaal inkomen.
verstrekt hypothecair krediet, d.w.z. krediet waarbij onroerend goed tot zekerheid is gegeven. Een hypotheekbank is een secundaire bank.
houdt in dat DNB de groei van de geldhoeveelheid regelt door middel van het liquiditeitspercentage (liquiditeitsvoorschriften) of door wijziging van het disconto (rente).
zijn ondernemingen (de pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen) die zich toeleggen op het beleggen van gelden in effecten en vastgoed etc. voor grote groepen beleggers.
zijn: de discontopolitiek, de open-marktpolitiek, de contingentsregeling , de geldmarktkasreserve en de monetaire kasreserveregeling. De laatste jaren hebben hier tal van wijzigingen plaatsgevonden. Zo is DNB in feite een filiaal van de ECB en spreekt men niet meer van discontopolitiek maar van rentebeleid, en niet meer van disconto maar van voorschotrente.
houdt de koopkracht in van de gulden in Nederland. Het betreft de nominale waarde van de gulden gecorrigeerd voor het prijspeil. In feite is dit begrip gelijk aan de reële waarde van de gulden.
geheel van vraag en aanbod van krediet met een looptijd van meer dan een jaar. Sommige economen gaan uit van meer dan twee jaar, waaruit blijkt dat het onderscheid geldmarkt en kapitaalmarkt niet scherp is.
is het beleid van DNB om de wisselkoers te beinvloeden. Na 1 januari 1999 ligt de verantwoordelijkheid hiervan bij de ECB.
is de reële waarde van de gulden. (zie ook interne waarde)
is het beleid van DNB gericht op beperking van de totale kredietverlening.
betreft een ongunstige liquiditeitspositie van de banken en een relatief hoge schuld bij DNB. Banken kunnen moeilijk aan geld komen om aan de kredietvraag te voldoen, waardoor de rente mogelijk zal stijgen. Aan de Weekstaat van DNB is te zien of de geldmarkt in enge zin is verkrapt. In dat geval is bijvoorbeeld de post "Voorschotten in rekeningcourant" (aan de activa zijde) toegenomen (banken hebben geleend bij DNB) en is mogelijk de post "Banken in Nederland" (aan de passiva zijde) afgenomen, omdat de banken hun tegoeden bij DNB hebben opgenomen.
geeft aan hoeveel procent de kredietverlening door banken in een bepaalde periode mag toenemen. Het kredietplafond is vervangen door de monetaire kasreserve regeling.
is de hoeveelheid kasgeld (+ tegoed bij DNB) uitgedrukt als percentage van de rekening-courant verplichtingen. Het geeft dus aan hoeverre een bank aan haar kortlopende schulden kan voldoen.
is het groot monetair beleid en klein monetair beleid van DNB.
is de mogelijkheid van een bank bij DNB een bedrag te lenen voor maximaal één dag. Deze faciliteit is van belang indien een bank haar tekort op de kasreserverekening niet kan of wil dekken op de geldmarkt. De marginale voorschotrente die DNB in rekening brengt is hoger dan de vaste voorschotrente.
is in de plaats gekomen van het kredietplafond. Het betreft een voorschrift dat banken de maatschappelijke geldhoeveelheid niet meer dan een bepaald percentage mogen laten groeien. Overschrijden de banken de norm dan moeten zij DNB een bepaald percentage rente betalen over een monetaire kasreserve.
is een schuldbekentenis dat men een som geld heeft uitgeleend tegen een vaste looptijd en rente.
bestaat uit de voorraad goud, buitenlandse valuta en de onvoorwaardelijke kredietfaciliteiten SDR's + Ecu's) bij het IMF en EMF.
houdt in dat de geldmarktrente hoger is dan de kapitaalmarktrente. Normaal gesproken is de geldmarktrente lager dan de kapitaalmarktrente, immers een lange termijn lening brengt voor de crediteur (geldschieter) onzekerheid mee. Op de lange termijn kan het rentepeil stijgen, of kan de inflatie toenemen. De wat hogere rente op langlopende leningen is dus een vergoeding voor dit risico.
lening waarbij partijen rechtreeks met elkaar onderhandelen over de voorwaarden van het lening.
spaargeld met een hoge omloopsnelheid. Hiermee wordt bedoeld dat de tegoeden op zeer korte termijn weer worden opgenomen.
aan- en verkoop van waardepapieren door de centrale bank om de liquiditeit van de particuliere geldscheppende banken te beïnvloeden. Met openmarktpolitiek kan DNB de effectiviteit van de discontopolitiek verhogen. Tegenwoordig vindt openmarktpolitiek vooral plaats door middel van valutaswaps.
is het recht gedurende een bepaalde periode waarde papieren (aandelen) of vreemde valuta tegen een vooraf bepaalde koers te kopen (call optie) of te verkopen (put optie).
is de (concrete) markt waar in opties wordt gehandeld. De optiebeurs in Amsterdam is in 1978 opgericht. Bij de handel in opties is het meestal niet de bedoeling dat men echt de aandelen koopt of verkoopt, en wordt de optie vóór het aflopen van de termijn van de hand gedaan.
.
is een soort obligatie van een hypotheekbank.
biedt voor aandelen van ondernemingen, die niet aan de vereisten van de Vereniging voor de Effectenhandel voldoen, om toch te kunnen worden verhandeld. Op de parallelmarkt gelden minder strenge toelatingseisen. Kleine en vaak nog jonge bedijven hebben zo toch de mogelijkheid om aandelenvermogen aan te trekken.
stijging van het gemiddeld prijsniveau. Zie ook inflatie begrippen L.4
is gelijk aan de maatschappelijke geldhoeveelheid.
rente gecorrigeerd voor de inflatie. Zie begrippen L.4
is een niet-geldscheppende bank. Voorbeelden: hypotheekbanken en spaarinstellingen. De laatste jaren worden de (meeste) spaarbanken als gevolg van branchevervaging, door DNB tot de primaire banken gerekend.
liquide vorderingen op geldscheppende instellingen en de overheid voor zover deze op vrij korte termijn, zonder veel kosten en zonder belangrijk koersverlies en masse kunnen worden omgezet in geld. Ook: bijna geld
is gericht op het bevorderen van een evenwichtige monetaire ontwikkeling, waarbij de aandacht vooral is gericht op het beheersen van de omvang van de binnenlandse liquiditeitenmassa (en in het bijzonder van de maatschappelijke geldhoeveelheid).
voorschriften betreffende de verhouding tussen verschillende vormen van kredietverlening door banken en het eigen vermogen.
extra mogelijkheid (boven het contingent) voor de particuliere banken om bij DNB kredietsteun te krijgen.
is een (deel)markt waar levering en betaling op korte termijn na het sluiten van de overeenkomst plaatsvindt.
is de afspraak in het kader van de EMU, dat overheden tekorten op de begroting tot een minimum zullen beperken, en niet dekken door monetaire financiering. In feite dat de nationale overheden van de EMU zich niet aan het beleid van de ECB zullen ontrekken.
is een extra renteloos tegoed dat een bank moet aanhouden bij DNB als men zich niet aan de kwantitatieve kredietrestrictie heeft gehouden. Dit bedrag is afhankelijk van de overschrijding van het kredietplafond. De maatregel is nu een onderdeel van de monetaire kasresreve regeling.
is een markt waar transacties plaatsvinden tegen een op dat moment geldende (termijn)prijs, waarbij de goederen op een toekomstig moment worden geleverd.
som van de primaire en de secundaire liquiditeiten massa.
zijn de kredietfaciliteiten bij het IMF (Internationale Monetaire Fonds). In theorie zijn er twee mogelijkheden: de gewone trekkingsrechten en de speciale trekkingsrechten (SDR's).
is het geheel van vraag en aanbod naar en van (vreemde) valuta's.
is het risico dat de wisselkoers van de vreemde valuta verandert, zodat een vordering of schuld, luidende in vreemde valuta, nadelig is gewijzigd.
het uitvoeren van de open-marktpolitiek door DNB door tijdelijk vreemde valuta's van de banken te kopen of aan de banken te verkopen
is het geheel van vraag en aanbod van vermogenstitels (= schuldbewijzen). Deze (abstracte) markt is te verdelen in een geldmarkt en een kapitaalmarkt.
is de rente die DNB in rekening brengt bij de particuliere banken, wanneer deze lenen bij DNB. Vroeger sprak men over disconto. Banken kunnen zogenaamde vaste voorschotten opnemen voor een periode van minimaal één maand en maximaal drie maanden. Ingeval van zeer tijdelijke liquiditeitsbehoefte kan een bank ook een marginaal voorschot opnemen.
| U kunt aan deze lijst, net als voor de andere lijsten, geen rechten ontlenen! Fouten hierin zijn geheel voor uw eigen risico. Uiteraard heb ik bij het samenstellen van de economische vraagbaak de grootst mogelijke zorgvuldigheid in acht genomen. |
Copyright © M. Kalk, Lelystad